Geschiedenis

Rond het jaar 800 brachten de Vikingen Europese paarden naar IJsland. Ruim honderd jaar later gingen de IJslandse grenzen nagenoeg op slot voor paarden.

Sinds die tijd zijn er nauwelijks nieuwe paarden naar IJsland gekomen. Daardoor lijkt de huidige IJslander nog heel sterk op het Europese oerpaard.

Door de barre omstandigheden op IJsland – vulkaanuitbarstingen, extreme koude, hongersnoden – overleefden alleen de sterkste paarden. En dat zien we nu nog terug in de hardheid en gezondheid van de IJslander. Door de bijzondere omstandigheden op IJsland ontwikkelde de paardjes een opmerkelijk oriëntatievermogen, een grote zelfstandigheid en intelligentie, en veel koelbloedigheid.

Paniekerige paarden, die er blind vandoor gaan, overleven immers niet in een landschap met ravijnen. Koelbloedig wordt wel geassocieerd met sloom of flegmatiek, maar dat geldt zeker niet voor de IJslanders. Ze zijn vaak juist voorwaarts en sensibel. In combinatie met de vaak wat complexe gangen, zijn IJslanders daarom geen uitsproken kinderpony’s.